Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 2.14. Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:471.

Art. 19 Rv strekt ter uitvoering van het beginsel van hoor en wederhoor. De tweede volzin van art. 19 Rv luidt: “Bij zijn beslissing baseert de rechter zijn oordeel, ten nadele van een der partijen, niet op bescheiden of andere gegevens waarover die partij zich niet voldoende heeft kunnen uitlaten”. Het komt mij voor, dat art. 19 Rv overeenkomstig kan worden toegepast in notarieel tuchtrechtelijke zaken waarin het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep oordeelt. In de onderhavige zaak wordt niet geklaagd dat het hof zijn beslissing zou hebben gebaseerd op bescheiden of andere gegevens waarover de oud-notaris zich niet voldoende heeft kunnen uitlaten. Het enige verwijt dat het cassatiemiddel het hof maakt, is dat de in hoger beroep opgelegde tuchtmaatregel (ontzetting uit het ambt) sterk afwijkt van de in eerste aanleg opgelegde tuchtmaatregelen (waarschuwing en berisping), zonder dat het verloop van de behandeling van het hoger beroep betrokkene aanleiding gaf om rekening te houden met een zo drastische strafverzwaring in hoger beroep en, zo voeg ik toe, zijn verdediging daarop af te stemmen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0, en de alinea staat in dat document op bytes 27305 tot 28430.