Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 2.19. Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:471.

In het strafprocesrecht bepaalt de rechter zelf en ambtshalve de straf. Een verdachte dient rekening ermee te houden dat de rechter in hoger beroep een andersoortige of zwaardere straf oplegt dan de rechter in eerste aanleg. Dikwijls worden de verwachtingen van een verdachte omtrent de aan hem of haar op te leggen straf mede bepaald door de eis van het Openbaar Ministerie, maar de strafrechter is niet aan de eis van het O.M. gebonden. In de conclusie van de A-G Vellinga voor HR 5 februari 2013, aangehaald in alinea 2.9 hiervoor, komt dit spanningsveld tot uitdrukking. De Hoge Raad heeft in het arrest van 5 februari 2013 het cassatieberoep evenwel verworpen. Recent heeft de Hoge Raad in deze jurisprudentielijn volhard door een motiveringsklacht over een strafverhoging in appel te verwerpen en daaraan toe te voegen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0, en de alinea staat in dat document op bytes 33129 tot 33968.