Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 2.23. Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:471.

Op zich is helder, wat met deze overwegingen van het EHRM is bedoeld: het beginsel van hoor en wederhoor heeft niet slechts betrekking op de mogelijkheid zich uit te laten over ‘bescheiden en andere gegevens’, die ter kennis van de rechter zijn gebracht, maar ziet ook op ambtshalve door de rechter bijgebrachte rechtsgronden die tot toe- of afwijzing van het gevorderde (of een andere beslissing van de rechter) leiden. Mijn slotsom is, dat het cassatiemiddel inderdaad de klacht – het standpunt − inhoudt dat het hof bij de behandeling van de tuchtzaak een zodanig fundamenteel rechtsbeginsel heeft veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. Daarmee heeft de oud-notaris de ontvankelijkheidsdrempel genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0, en de alinea staat in dat document op bytes 41357 tot 42147.