Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 3.1. Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:471.
Met de ontvankelijkheid van de klacht is nog niet gegeven dat de klacht van het middel slaagt. Het beginsel van hoor en wederhoor gaat niet zo ver dat de rechter tijdens de behandeling van de zaak al aan partijen te kennen moet geven welke beslissing hij of zij denkt te zullen geven. Dat zou weer aanleiding kunnen geven tot een wraking of een beschuldiging van vooringenomenheid. Partijen kunnen de in hun ogen relevante punten eigener beweging aan de orde stellen, maar zij weten niet altijd welke punten relevant zijn in de ogen van de rechter. De vraag die resteert, is of de rechter partijen daarbij ‘een handje moet helpen’ door in neutrale bewoordingen, maar gericht vragen te stellen (in een strafzaak bijvoorbeeld: ‘wat zou een eventuele ontzegging van de rijbevoegdheid voor u betekenen?’ of in een tuchtrechtelijke zaak: ‘heeft u nog iets op te merken voor het geval dat het hof zou besluiten een andere tuchtmaatregel op te leggen dan de berisping en de waarschuwing die de kamer voor het notariaat in eerste aanleg heeft opgelegd?”). Of mag de rechter het initiatief aan partijen laten? Het verweerschrift in cassatie (punt 9.6) oppert in dit verband dat het niet voeren van een bepaald verweer kan berusten op een welbewust gekozen processtrategie:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0, en de alinea staat in dat document op bytes 42361 tot 43684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0 | shasum -a 256