Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 1.2 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:472.

Qnow heeft – naast verschillende advocaten die haar ten tijde van de hierboven omschreven gebeurtenissen afwisselend hebben bijgestaan, maar wier aansprakelijkheid in de procedure in cassatie niet meer aan de orde is – [verweerder] op 3 maart 2011 gedagvaard voor de rechtbank Maastricht. Zij heeft onder meer gevorderd [verweerder] te veroordelen tot betaling van (primair) een bedrag van € 14.600.502,84 ter vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden doordat zij – onder meer – een groot deel van de door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] aan haar verschuldigde koopsom niet meer op hen kan verhalen, vermeerderd met wettelijke rente. Qnow heeft daartoe gesteld dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de periode tussen 13 februari 2004 en het veroordelend vonnis van 17 maart 2010 hun vermogensbestanddelen aan de verhaalsmogelijkheden van Qnow hebben onttrokken. De hierin gelegen schade voor haar is, zo stelt zij, het gevolg van een aan [verweerder] toe te rekenen beroepsfout, die erin bestaat dat hij er niet op heeft toegezien dat het onder zijn voorzitterschap op 13 februari 2004 gewezen arbitrale vonnis de door art. 1057 lid 2 Rv voorgeschreven ondertekening door alle arbiters bevatte en dat dit vonnis vervolgens, zonder de noodzakelijke handtekeningen, is gedeponeerd bij de rechtbank te Amsterdam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bc322976fb102ec1f059f74b6113c8024a8885d37f7e2515a7a2ff502ab123f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bc322976fb102ec1f059f74b6113c8024a8885d37f7e2515a7a2ff502ab123f, en de alinea staat in dat document op bytes 9641 tot 11154.