Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:472.
Er wordt in dit verband gesteld dat, mede gelet op de ernst van het gevolg – blootstelling van het vonnis aan vernietiging – het ontbreken van een handtekening in beginsel kwalificeert als een kennelijke grove miskenning van hetgeen een behoorlijke taakvervulling meebrengt; althans is onbegrijpelijk ’s hofs kennelijke conclusie dat dit niet zo is reeds om reden dat er geen sprake is van een bewuste fout of nalaten door de arbiters of de voorzitter (subonderdelen 2.1.1-2.1.3) en is niet begrijpelijk op grond van welke omstandigheden het hof desalniettemin van oordeel is dat dit – door het hof “ongelukkig” genoemde – handelen niet als kennelijk grove miskenning van een behoorlijke taakvervulling geldt (subonderdelen 2.2.1-2.2.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bc322976fb102ec1f059f74b6113c8024a8885d37f7e2515a7a2ff502ab123f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bc322976fb102ec1f059f74b6113c8024a8885d37f7e2515a7a2ff502ab123f, en de alinea staat in dat document op bytes 52238 tot 53003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bc322976fb102ec1f059f74b6113c8024a8885d37f7e2515a7a2ff502ab123f | shasum -a 256