Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 2.29 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:472.

Aan het vorenstaande dient mijns inziens niet af te doen dat het ontbreken van de vereiste handtekeningen mogelijk het gevolg is van een – menselijke en voorstelbare – vergissing. Als gezegd, bij de vraag of de – zo moet in cassatie veronderstellenderwijs worden aangenomen: verzekerde – arbiters aansprakelijk zijn wegens grof plichtsverzuim is niet zozeer de goede trouw van arbiters van belang, maar de vraag wat de objectieve ernst van hun handelen is. Ook een ‘kleine’ fout kan, zo is een ervaringsregel, ernstige gevolgen hebben. Naar Qnow heeft gesteld, is daarvan in deze zaak voor haar sprake. Bij handelen dat zozeer tegengesteld is aan de taak die arbiters zouden moeten uitvoeren, kan men zich – zoals ook Qnow in cassatie heeft gedaan (vgl. subonderdeel 2.4) – enigszins retorisch afvragen waarom het risico daarvan nu juist op haar, opdrachtgeefster, en niet op de arbiters zou moeten worden afgewenteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bc322976fb102ec1f059f74b6113c8024a8885d37f7e2515a7a2ff502ab123f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bc322976fb102ec1f059f74b6113c8024a8885d37f7e2515a7a2ff502ab123f, en de alinea staat in dat document op bytes 59393 tot 60340.