Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 5 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:473.

8. Het hof is van oordeel dat dit standpunt faalt. Weliswaar heeft de Hoge Raad (HR 3 december 2010, LJN BO0183) voor een geval waarin een derde (een nauw gelieerde vennootschap) de stuitingshandeling had verricht, uitgemaakt dat noodzakelijk en voldoende is dat die daad aan de gerechtigde wordt toegerekend, maar, zoals uit de hiervoor geciteerde passage blijkt, wordt die eis in de memorie van antwoord ten aanzien van een (conservatoir) derdenbeslag niet gesteld, zodat aangenomen moet worden dat de eis voor dat laatste geval niet geldt, althans dat een daad van de beslaglegger altijd geldt als “aan de zijde van” en dus aangenomen moet worden dat een daad van de beslaglegger altijd aan de gerechtigde wordt toegerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 65035 tot 65779.