Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 5 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:473.
Broekveldt heeft erop gewezen dat het bepaalde in art. 3:316 lid 1 BW met zich brengt dat – in het kader van een executoriaal derdenbeslag – de beslaglegger op twee manieren de rechtsvordering van de beslagdebiteur jegens de derde-beslagene kan stuiten: (i) door het enkele leggen van het beslag ten laste van de beslagdebiteur, en (ii) door het instellen van één van de procedures als bedoeld in art. 477a Rv (aangezien dat valt onder het ‘instellen van een eis’ als bedoeld in art. 3:316 lid 1 BW). Tijdens de duur van dat geding kan de verjaring niet intreden. Broekveldt verwijst daarbij naar HR 7 juni 1935, NJ 1935, p. 1276 (Groen/Staat en Ontvanger). Hij lijkt verder niet het punt te behandelen of het enkele leggen van beslag onder de derde ten laste van de beslagdebiteur een voortdurend stuitende werking heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 69383 tot 70445.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f | shasum -a 256