Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 5 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:473.

38. Zo valt ook beter te begrijpen waarom in de parlementaire geschiedenis bij art. 3:319 BW naar dit arrest is verwezen. Die verwijzing heeft niet betrekking op de voortdurende stuitende werking van een executoriaal beslag, maar ziet, zie reeds hiervoor onder 21, op het stuiten van de verjaring door het instellen van een eis die door toewijzing wordt gevolgd. Wanneer dus het arrest uit 1935 zo moet worden begrepen dat het accent ligt op het instellen van een eis die door toewijzing wordt gevolgd, dan is daarmee ook duidelijk geworden dat het deze lijn is die naderhand is neergelegd in art. 3:316 en 3:319 BW. Het ligt dan echter niet voor de hand om aan het arrest uit 1935 ook daarbuiten betekenis toe te kennen. Dat ligt voor het huidige recht te minder voor de hand nu, anders dan in het oude recht, een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de verjaring van een rechtsvordering (art. 3:316 BW) en de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak (art. 3:324-325 BW). Zie hiervoor reeds 18 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 84397 tot 85520.