Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 5 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:473.
Het Hof Amsterdam heeft in rov. 3.7.2 ook nog verwezen naar een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 6 oktober 2010 waarin deze heeft overwogen dat bepalend is of het gelegde executoriaal beslag moet worden gezien als een stuitingshandeling in de zin van art. 3:316 BW. In de onderhavige zaak gaat het echter om toepassing van art. 3:325 lid 2 onder c BW. De rechtbank overweegt verder dat zolang het beslag ligt, geen nieuwe stuitingshandeling is vereist, omdat het voor eiseres volstrekt duidelijk is gebleven dat gedaagde door handhaving van het gelegde beslag zijn rechten niet heeft willen prijs geven. Hoewel deze gedachte op zichzelf relevant zou kunnen zijn in het kader van de vraag of de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak is gestuit, zou ik hieraan geen beslissende betekenis willen toekennen. Het is immers in het algemeen niet zo dat een stuiting voortduurt zolang een partij zich ervan bewust is dat haar wederpartij haar rechten niet heeft willen prijsgeven. Waarom dat dan anders zou (dienen te) zijn bij een executoriaal derdenbeslag in het kader van de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak, springt niet onmiddellijk in het oog.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 88651 tot 90034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f | shasum -a 256