Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 5 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:473.

Analyse van wetgeving, parlementaire geschiedenis, rechtspraak en literatuur levert eerder de conclusie op dat een executoriaal derdenbeslag in het kader van de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak geen voortdurend stuitende werking heeft, zodat ‘gewoon’ de hoofdregel van art. 3:319 lid 2 BW geldt (nieuwe verjaringstermijn van 5 jaar). De sequeel -redenering van het hof waarin art. 3:316 BW een hoofdrol speelt, overtuigt niet. Zij miskent, en dat is de kern van het verwijt dat Pegroam in cassatie maakt, dat er twee van elkaar te onderscheiden zoveel mogelijk afgeronde verjaringsregimes gelden: het ene betreft de verjaring van een rechtsvordering, het andere de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 95750 tot 96661.