Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 3.7.2 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:473.

Het hof leidt uit de samenhang van de artikelen 3:316 BW 3:319 BW, 3:324 BW en 3:325 BW en de memorie van toelichting op artikel 3:319 BW af dat de stuiting van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak als sequeel van een toegewezen eis ook valt onder de uitzondering van de hoofdregel van 3:319 BW waardoor er een van artikel 3:319 afwijkende nieuwe verjaringstermijn gaat lopen en wel een die voortduurt zolang de executie nog plaatsvindt. Uit die toelichting op artikel 3:319 BW, waarin staat vermeld dat behoudens een aantal technische verbeteringen het instituut van de stuiting wordt behouden en de verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad uit 1935, blijkt voortsdat met de invoering van het NBW in 1992 geen afwijking van of een breuk met het verleden is beoogd. Zowel uit genoemd arrest van 1935 als uit de relevante literatuur (zie het proefschrift van M.W.E. Koopman , Bevrijdende verjaring, 1993, pag. 80-81 en het proefschrift van L.P. Broekveldt, Derdenbeslag, 2003, pag. 600) en recentere jurisprudentie (zie proefschrift van Koopman , pag. 81) die ten tijde van het behandelen van de zaak door [verweerder] bekend was volgt dat algemeen werd aangenomen dat de stuiting van de verjaing voortduurt totdat de executie is voltooid. Ook in nog recentere literatuur en jurisprudentie is de opvatting bevestigd dat de stuiting voortduurt zolang het beslag blijft gehandhaafd (zie het artikelsgewijs commentaar op artikel 3:319 BW, Groene Serie Vermogensrecht, Rechtbank Rotterdam, 6 oktober 2010, NJF 2010/438, Hof Den Haag, 22 mei 2012, NJF 2012/302 en HR 9 september 2011, NJ 2011/553). Het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2013, RvdW 2013/1153 waar Pegroam zich op beroept ter ondersteuning van haar stelling dat met het leggen van executoriaal derdenbeslag een nieuwe termijn van vijf jaar is gaan lopen kan haar niet helpen. In dat arrest heeft de Hoge Raad zich daar niet over uitgelaten. De Hoge Raad heeft in dat geval enkel beslist dat de betekende exploten van executoriaal derdenbeslag van 19 juli 2010 en 16 maart 2011 waren gedaan nadat de termijn om het bewuste vonnis te kunnen executeren was verjaard (op 27 juni 2010). Uit de feiten van het arrest blijkt weliswaar dat er voor het verstrijken van de door Hoge Raad vastgestelde verjaringstermijn ook al een keer eerder een executoriaal derdenbeslag was gelegd (op 8 augustus 1996), maar over de stuitende werking van dat beslag is door partijen niet gedebatteerd (dit voegt weinig toe en onderbreekt het betoog)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 21099 tot 23874.