Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 4 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:473.
De redenering van het hof is daarmee niet opgetuigd als: (a) ‘zo zit het verjaringstechnisch’ en (b) ‘los daarvan mocht [verweerder] in ieder geval denken dat het verjaringstechnisch in elkaar zit zoals hij dacht’. In zijn arrest concludeert het hof op basis van (analyse van) wet, parlementaire geschiedenis en rechtspraak hoe het verjaringstechnisch zit, nl. anders dan de rechtbank heeft aangenomen, en komt het vervolgens niet alleen tot het oordeel dat [verweerder] ‘dan ook’ geen beroepsfout heeft gemaakt, maar ook tot de conclusie dat de rechtbank ten onrechte tussen [verweerder] en Pegroam heeft aangenomen dat ‘de vordering’ (beter: de executiebevoegdheid) is verjaard op 28 mei 2007. Dat laatste past bij de uitleg dat het hof inderdaad verjaringstechnisch meent dat een executoriaal beslag voortdurend stuitende werking heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 36843 tot 37775.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f | shasum -a 256