Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 5 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:473.
17. Die laatste regeling is in casu natuurlijk van belang. De toepasselijke termijn voor de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak betreft 20 jaar, aldus art. 3:324 lid 1 BW. Art. 3:325 BW geeft vervolgens in lid 1 aan dat de art. 3:319-323 BW van overeenkomstige toepassing zijn op de verjaring van art. 3:324 BW. Dat is van belang voor de stuitingsproblematiek. Art. 3:319 BW ziet immers op de rechtsgevolgen van een stuiting. In art. 3:325 lid 2 BW wordt specifiek aangegeven hoe de verjaring van art. 3:324 BW wordt gestuit. Daarbij valt op dat van een vergelijkbare opzet sprake is als in art. 3:316 e.v. BW. Stuiting vindt, kort gezegd, plaats, in geval van betekening van de uitspraak of schriftelijke aanmaning (vgl. art. 3:317 BW), erkenning (vgl. art. 3:318 BW) of een daad van tenuitvoerlegging (vgl. art. 3:316 BW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 40948 tot 41867.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f | shasum -a 256