Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 5 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:473.
In de parlementaire geschiedenis bij art. 3:319 BW wordt aangegeven dat in dat geval de verjaring gestuit blijft, ook al zou sedert het instellen van de eis een nieuwe verjaringstermijn zijn verstreken. Daarbij wordt verwezen naar HR 7 juni 1935, NJ 1935, p. 1276 dat hierna (onder 23 e.v. en 36 e.v.) nog aan de orde komt. De ‘afronding van deze uitzondering’, aldus de parlementaire geschiedenis bij art. 3:319 BW, vindt men in art. 3:324 BW: is eenmaal een toewijzende uitspraak verkregen, dan begint een nieuwe (te begrijpen als: andere) verjaring te lopen, nu van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van deze uitspraak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 48202 tot 49007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f | shasum -a 256