Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 5 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:473.
22. In de fase waarin het draait om de verjaring van de rechtsvordering - van een voor tenuitvoerlegging vatbare uitspraak is nog geen sprake - heeft het instellen van een eis dus stuitende werking. In feite is deze stuiting voorwaardelijk. De verjaring is niet gestuit als de ingeleide eis uiteindelijk niet, ook niet via de ‘omweg’ van art. 3:316 lid 2 BW, tot toewijzing leidt. Wordt de eis echter wel door toewijzing gevolgd dan blijft de verjaring gestuit tot en met de dag van de toewijzende uitspraak, ook al zou sinds het instellen van de eis een nieuwe verjaringstermijn al zijn verstreken. Vervolgens begint een andere verjaring te lopen, immers die van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de uitspraak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f, en de alinea staat in dat document op bytes 49527 tot 50518.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22f94d47fb3d39e60cb96f422326f2f54d0afa1d2785ff3339f324b974239f8f | shasum -a 256