Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:474.

Het in art. 6 EVRM besloten liggende recht op toegang tot de rechter is niet absoluut en kan onderhevig zijn aan beperkingen met name gelegen zijn in de ontvankelijkheidsvraag, een terrein waarop de lidstaten over een zekere ‘margin of appreciation’ beschikken. Wanneer een lidstaat evenwel de mogelijkheid opent om een rechtsmiddel aan te wenden tegen een uitspraak, is inperking van dit recht slechts toegestaan indien de inperking een gerechtvaardigd doel dient, proportioneel is en het recht op toegang tot de (appel)rechter daardoor niet in de kern wordt geraakt . Dat laatste is het geval wanneer van de mogelijkheid tot appel niet zinvol gebruik kan worden gemaakt . Formalisme als gevolg waarvan aan een rechtzoekende de toegang tot een rechtsmiddel wordt ontzegd, doorstaat niet de toets van art. 6 EVRM en wordt door het EHRM als excessief beoordeeld .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a011cc53607b5b11f9e0b0aa191f54721c959ee340f30a06b85b3dd869b820e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a011cc53607b5b11f9e0b0aa191f54721c959ee340f30a06b85b3dd869b820e9, en de alinea staat in dat document op bytes 39219 tot 40287.