Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:476.
22. Het oordeel van het hof dat de verdachte onder de gegeven omstandigheden meermalen (i) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en (ii) opzettelijk een geschrift, als bedoeld in art. 225, eerste lid, Sr voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van de twintig bewijsmiddelen die het hof heeft gebezigd niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6, en de alinea staat in dat document op bytes 55862 tot 56446.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6 | shasum -a 256