Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:476.

De raadsman heeft gesteld dat de verdediging reeds sedert 2011 pogingen heeft gedaan om over een aantal cruciale stukken van het dossier de beschikking te krijgen en dat nu slechts nog kan worden geconcludeerd dat de desbetreffende stukken aan het dossier ontbreken. Nu het openbaar ministerie voorts niet heeft voldaan aan het op de terechtzitting in hoger beroep van 14 januari 2014 door het hof gedane verzoek, heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat, in verband met het ontbreken van het persoonsdossier van de verdachte, de machtiging tot binnentreden en het verslag van binnentreden, en de in zijn pleitnotities genoemde discrepantie met betrekking tot de datum van inbeslagname, het bewijs ter zake de in beslag genomen goederen en bescheiden en het daaruit voortvloeiende bewijs alsmede de verhoren van de verdachte, moeten worden uitgesloten van het bewijs en dat de verdachte dientengevolge moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6, en de alinea staat in dat document op bytes 25265 tot 26423.