Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:476.

Met de raadsman is het hof van oordeel dat de door de verdachte tegenover de politie afgelegde verklaringen niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Niet is gebleken dat de politie de verdachte voorafgaand aan het eerste verhoor ten aanzien van de ten laste gelegde feiten heeft gewezen op zijn recht om met een advocaat te kunnen spreken, zodat het hof ervan uitgaat dat in strijd is gehandeld met de eisen die voortvloeien uit de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Salduz (EHRM 27-11-2008, 36391/02, EHRC 2009/7) en de daarop gebaseerde jurisprudentie van de Hoge Raad. Het consultatierecht geldt ook voor zaken waarin de verhoren hebben plaatsgevonden vóórdat de Hoge Raad het arrest van 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3081, heeft gewezen. De door de verdachte tegenover de politie afgelegde verklaringen zullen derhalve niet voor het bewijs worden gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6, en de alinea staat in dat document op bytes 27399 tot 28315.