Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:476.
Na uitsluiting van het bewijs van de politieverhoren van de verdachte resteert naar het oordeel van het hof evenwel voldoende wettig en overtuigend bewijs voor de- ten laste gelegde feiten. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de resultaten van de doorzoekingen voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Tijdens doorzoekingen onder leiding van de rechter-commissaris zijn goederen en bescheiden in beslag genomen op grond van in het Wetboek van Strafvordering neergelegde bevoegdheden. Niet is aangevoerd en evenmin is gebleken dat het optreden van de rechter-commissaris onrechtmatig is geweest. De rechtmatige basis van de doorzoekingen komt, nu deze blijkens het daarvan opgemaakte en bij de stukken bevindende processen-verbaal onbetwist formeel hebben plaatsgevonden onder leiding van een rechtercommissaris, niet te ontvallen door het ontbreken van een machtiging tot en een verslag van binnentreden. Het ontbreken van deze stukken vormt wel een verzuim waarmee het hof rekening zal houden bij het bepalen van de aan de verdachte op te leggen straf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6, en de alinea staat in dat document op bytes 28323 tot 29402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6 | shasum -a 256