Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:476.
10. Het hof heeft het niet-ontvankelijkheidsverweer kennelijk aldus verstaan dat dit betrekking heeft op gestelde vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek en heeft derhalve de maatstaf van art. 359a Sv toegepast. Daarvan uitgaande heeft het hof geoordeeld dat dit vormverzuim niet van dien aard is dat het moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de verdachte. Op grond van al het voorgaande geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is het niet onbegrijpelijk en is het toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6, en de alinea staat in dat document op bytes 29652 tot 30230.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d06dc0ca8c186dd2696bfa386ed637dbed40f1acb0bc2adb4e4aa29b4a0a5d6 | shasum -a 256