Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:48.

Bij het bepalen van de omvang van een vergoedingsplicht is het mijns inziens evident dat het deel van de reguliere premie dat bestemd is voor de aangroei van de pensioenverplichtingen niet in aanmerking kan worden genomen; de verdere pensioenopbouw vindt immers niet bij het opgezegde fonds plaats. Als de feitelijke premie tenminste gelijk is aan de kostendekkende premie meen ik dat de kostenopslag ook niet in aanmerking kan worden genomen omdat die volgens art. 128 lid 1 sub c PW bestemd is voor de “bij de aangroei van de pensioenverplichtingen behorende uitvoeringskosten”. Een vergoeding voor toekomstige opslagverlening (indexatie) zal in beginsel slechts aan de orde zijn als deze onvoorwaardelijk zijn toegezegd. In het geval van een lopend herstelplan ten tijde van de ingangsdatum van de opzegging zal op grond van art. 6:248 lid 1 BW volgens mij vrij snel een plicht tot het doorbetalen kunnen worden aangenomen; het fonds is dan voor het nakomen van de opgebouwde pensioenverplichtingen sterk afhankelijk van de sponsor/werkgever. Naar mijn mening kan hetzelfde gelden als pas na de opzegging tekorten ontstaan en een herstelplan moet worden uitgevoerd. Waar de herstelbetalingen gerelateerd zijn aan de reguliere premie behoeft het feit dat die premies na de opzegging niet meer verschuldigd zijn niet aan een doorbetalingsplicht in de weg te staan; in de onderhavige zaak is dit opgelost door te rekenen met een fictieve pensioenpremie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4a6de013c3a54f506243618f2e223a8bebba0c6a4396c93c153d443ed0508c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4a6de013c3a54f506243618f2e223a8bebba0c6a4396c93c153d443ed0508c, en de alinea staat in dat document op bytes 75893 tot 77748.