Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:48.
De klacht faalt. De verplichting van art. 25 lid 1 sub h PW tot het opnemen van exit-voorwaarden heeft betrekking (in de versie zoals die tot 1 januari 2016 heeft geluid) op een uitvoeringsovereenkomst die is gesloten met “een verzekeraar en een premiepensioeninstelling” en dus niet met een andere pensioenuitvoerder zoals een ondernemingspensioenfonds; zie hierboven onder 3.5. Voor het overige behelst het onderdeel (op p. 30 en 32 van de cassatiedagvaarding) het betoog met de strekking dat de wetgever bij de totstandkoming van de Pensioenwet geen rekening heeft gehouden met de situatie dat de uitvoeringsovereenkomst met een ondernemingspensioenfonds voor de toekomstige opbouw in het kader van de-risking wordt opgezegd, maar dit fonds wel verantwoordelijk blijft voor het nakomen van de pensioentoezeggingen die tot de opzegdatum zijn gedaan. Ik lees in dit deel van het middelonderdeel meer een betoog dan een klacht. Ik kan eruit geen klacht opmaken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4a6de013c3a54f506243618f2e223a8bebba0c6a4396c93c153d443ed0508c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4a6de013c3a54f506243618f2e223a8bebba0c6a4396c93c153d443ed0508c, en de alinea staat in dat document op bytes 94116 tot 95095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c4a6de013c3a54f506243618f2e223a8bebba0c6a4396c93c153d443ed0508c | shasum -a 256