Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:487.

“Verder kan uit het feit dat de herziene Rechtsbeschermingsrichtlijnen voor enkele ernstige schendingen de onverbindendverklaring als sanctie introduceren, worden afgeleid dat in een dergelijke sanctie voordien kennelijk niet was voorzien en dat die nu voor andere schendingen nog steeds niet bestaat. Daarnaast bepaalt artikel 2 lid 7 Algemene Rechtsbeschermingsrichtlijn uitdrukkelijk dat voor andere schendingen de gevolgen van uitoefening van beroepsrechten voor “een na de gunning gesloten overeenkomst” door het nationale recht worden bepaald. De Gemeenschapswetgever heeft met deze bepaling - aldus de President van het HJEG - aanvaard dat een lidstaat op nationaal niveau de sanctie van nietigheid van een eenmaal gesloten overeenkomst uitsluit. Anders - en beter - gezegd: de eventuele nietigheid dient voort te vloeien uit een regel van nationaal recht. Buiten de Wira is daarvan geen sprake. Binnen de Nederlandse rechtsorde is de sanctie van nietigheid weliswaar niet met zoveel woorden uitgesloten, doch anderzijds is er ook geen regel van nationaal recht die deze sanctie stipuleert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/742761d716705e2a9991a84218c8d984bc5b6ab8601d85b6d49f5989526101e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 742761d716705e2a9991a84218c8d984bc5b6ab8601d85b6d49f5989526101e6, en de alinea staat in dat document op bytes 84677 tot 85922.