Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Onder 3.42 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:487.

Het hof heeft in het bijzonder eraan voorbijgezien dat (niet zozeer met het aflopen van de bedoelde opschortende termijnen, als wel) met de daadwerkelijke totstandkoming van de overeenkomst als resultaat van de gunningsbeslissing, een geheel nieuwe rechtstoestand intreedt, waaraan ook de rechter in hoger beroep is gebonden. Anders dan doorgaans aan de orde is in eerste aanleg in kort geding (als de overeenkomst tussen de aanbestedende dienst en de winnende inschrijver nog niet is gesloten), doet zich immers pas in hoger beroep de vraag voor of de rechter in de tussen de aanbestedende dienst en de winnende inschrijver gesloten overeenkomst kan ingrijpen. Waar Richtlijn 2007/66/EG een dergelijk ingrijpen slechts in enkele gevallen voorschrijft en de Nederlandse wetgever zich bij die gevallen heeft aangesloten (althans daaraan slechts in zeer beperkte mate enige uitbreiding heeft gegeven ), moet de hiervoor geformuleerde vraag voor andere dan de door de Nederlandse wetgever beoogde mogelijkheden van ingrijpen in negatieve zin worden beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/742761d716705e2a9991a84218c8d984bc5b6ab8601d85b6d49f5989526101e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 742761d716705e2a9991a84218c8d984bc5b6ab8601d85b6d49f5989526101e6, en de alinea staat in dat document op bytes 128831 tot 129965.