Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:487.

Daaraan doet niet af dat de werking van de standstill-verplichting van artikel 2.131 Aw in Nederland door de wetgever is beperkt tot het moment dat de rechter op de door een teleurgestelde inschrijver verlangde onmiddellijke voorziening bij voorraad (afwijzend) heeft beslist of de termijn van artikel 2.127, eerste lid ongebruikt is verstreken, zoals in het onderhavige geval aan de orde is. Op dat moment stond het de Universiteit weliswaar vrij om met Xerox als inschrijver een overeenkomst te sluiten, maar daarbij heeft zij het risico genomen dat aantasting van die overeenkomst inzet van dit hoger beroep zou zijn. Ook als een overeenkomst reeds is gesloten kan de rechter in hoger beroep immers nog steeds een uitspraak doen die neerkomt op een verbod om (verdere) uitvoering te geven aan die overeenkomst of een gebod om die overeenkomst op te zeggen of te beëindigen indien de in artikel 254 lid 1 Rv vereiste belangenafweging zo’n voorziening vereist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/742761d716705e2a9991a84218c8d984bc5b6ab8601d85b6d49f5989526101e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 742761d716705e2a9991a84218c8d984bc5b6ab8601d85b6d49f5989526101e6, en de alinea staat in dat document op bytes 14117 tot 15095.