Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:487.

In dit wetsvoorstel is ervoor gekozen om geen schorsende werking toe te kennen aan een bodemprocedure. In een bodemprocedure duurt het gemiddeld achttien maanden tot een uitspraak in eerste aanleg. Het toekennen van schorsende werking zou daardoor een aantal nadelen kennen. Het zou leiden tot een onwenselijk lange opschorting van de overeenkomst. De rechtsonzekerheid omtrent de aanbesteding zou enkele maanden duren. Een en ander strookt niet met de gewenste snelheid van de procedure. Daarbij is er een risico dat van deze mogelijkheid misbruik wordt gemaakt. Gekozen is om geen opschortende werking toe te kennen aan een procedure waarin niet om voorlopige maatregelen wordt gevraagd. In die gevallen mag immers worden aangenomen dat er geen spoedeisend belang is. Door de opschortende werking te beperken tot het kort geding wordt voorkomen dat kwaadwillenden een aanbesteding gedurende lange tijd kunnen stuiten zonder dat er een toets bij een rechter is aangaande de belangen over en weer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/742761d716705e2a9991a84218c8d984bc5b6ab8601d85b6d49f5989526101e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 742761d716705e2a9991a84218c8d984bc5b6ab8601d85b6d49f5989526101e6, en de alinea staat in dat document op bytes 44638 tot 45649.