Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:49.

Ten aanzien van de aandeelhouders wordt het volgende overwogen. In haar memorie na verwijzing heeft 4-Ward met betrekking tot de primaire vordering gesteld dat, gelet op de faillissementen van [A] en [B] , “in redelijkheid niet van 4-Ward verwacht kan worden die levering onder de huidige omstandigheden te effectueren.” Het hof begrijpt hieruit dat 4-Ward deze vordering prijsgeeft omdat zij er geen belang meer bij heeft. De primaire vordering zal dan ook worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95aef4c1657c4cb47adc6c1c536221669ddcec873f946a88547f1a578888b369. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95aef4c1657c4cb47adc6c1c536221669ddcec873f946a88547f1a578888b369, en de alinea staat in dat document op bytes 17470 tot 17962.