Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:49.

Uit het voorgaande volgt dat de primaire en subsidiaire vordering, zoals ingesteld bij de memorie van grieven en waarvan in dit geding na verwijzing uitgegaan dient te worden, alsnog afgewezen dienen te worden. De overeenkomst van 30 juni 2002 blijft in stand. Daarom is er geen sprake van dat 4-Ward na haar geslaagd cassatieberoep in een ongunstiger positie komt, hetgeen in strijd zou moeten worden geacht met het zogenaamde verbod van reformatio in peius, het verbod van verslechtering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95aef4c1657c4cb47adc6c1c536221669ddcec873f946a88547f1a578888b369. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95aef4c1657c4cb47adc6c1c536221669ddcec873f946a88547f1a578888b369, en de alinea staat in dat document op bytes 19708 tot 20211.