Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.10. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:49.

Het vierde en vijfde onderdeel richten zich tegen de beslissing van het hof met betrekking tot de wijziging van eis, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de onderbouwing van de gevorderde schadeloosstelling en de hoogte daarvan. Het vierde onderdeel richt zich tegen het oordeel van het hof dat de faillissementen van [A] en [B] geen wijziging van eis rechtvaardigen. Het hof oordeelt dat deze faillissementen ‘alleen’ tot gevolg hebben dat ten aanzien van [A] en [B] beslist dient te worden met inachtneming van de artikel 25 tot en met 30 van de Faillissementswet. In het eerste subonderdeel wordt erop gewezen dat de faillissementen niet alleen gevolgen hadden voor deze vennootschappen maar dat deze ook tot gevolg hebben dat 4-Ward geen belang meer heeft bij haar primaire vordering. Dit subonderdeel slaagt m.i. niet. Het hof verwijst naar de procesrechtelijke gevolgen van de faillissementen. Aan het woordje ‘alleen’ moet m.i. geen zelfstandige betekenis worden toegekend. Het hof heeft met het gebruik van dit woordje niet willen zeggen dat de faillissementen materieel gezien geen gevolgen hebben. Ik acht de overweging van het hof op zichzelf dan ook niet onjuist of onbegrijpelijk. In het tweede subonderdeel wordt aangevoerd dat 4-Ward juist ten behoeve van de primaire vordering cassatieberoep had ingesteld en dat dit cassatieberoep in de redenering van het hof zou leiden tot afwijzing van de subsidiaire vorderingen zodat zonder de eiswijziging alle vorderingen van 4-Ward voor afwijzing gereed lagen. Hetgeen in dit subonderdeel wordt aangevoerd is in zoverre juist dat de omstandigheid dat de primair gevorderde nakoming niet zinvol meer was en 4-Ward niet werd toegestaan de grondslag van de vordering te wijzigen, er in de redenering van het hof toe heeft geleid dat ook de subsidiaire vordering diende te worden afgewezen. Echter, indien het hof – zoals het in mijn visie had gemoeten – de door de rechtbank uitgesproken ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden als gegeven had beschouwd, had het probleem zich niet voorgedaan en was de subsidiaire vordering toewijsbaar geweest. Het subonderdeel behoeft in zoverre geen verdere bespreking. Dit geldt voor de overige subonderdelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95aef4c1657c4cb47adc6c1c536221669ddcec873f946a88547f1a578888b369. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95aef4c1657c4cb47adc6c1c536221669ddcec873f946a88547f1a578888b369, en de alinea staat in dat document op bytes 31302 tot 33618.