Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 3.11. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:49.
Het vijfde onderdeel bestaat uit twee subonderdelen. In het eerste subonderdeel wordt betoogd dat eiswijziging na verwijzing wel mogelijk is onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 2 oktober 1998. Dit subonderdeel slaagt niet. In genoemd arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat eisvermeerdering na verwijzing bij wijze van uitzondering mogelijk was omdat partijen uitsluitend hadden gestreden over de aansprakelijkheidsvraag en het beroep in cassatie uitsluitend op die vraag betrekking had. In deze zaak is het geschil echter reeds in volle omvang aan de orde geweest. Niet alleen over de grondslag van de vordering maar ook over de hoogte van de schadeloosstelling is door partijen geprocedeerd. Voor een uitzondering op de hoofdregel bestaat dan geen aanleiding. In het tweede subonderdeel wordt aangevoerd dat het hof ten onrechte is uitgegaan van de vordering in de MvG van 31 januari 2008. Het subonderdeel wijst erop dat vordering bij akte van 4 januari 2011 is gewijzigd. Naar mijn mening slaagt dit subonderdeel. De akte van 4 januari 2011 vermeldt weliswaar niet de woorden ‘vermeerdering van eis’ maar aan het slot van de akte is een nieuw petitum geformuleerd waarin een schadeloosstelling van € 531.310,40 ter zake van het aandelenpakket wordt gevorderd en een schadeloosstelling ter zake van kapitaalinjecties, lager bedrijfsresultaat en advieskosten van € 327.867,85, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over deze bedragen vanaf 26 oktober 2005 tot de voldoening. Tevens wordt een immateriële schadevergoeding naar redelijkheid en billijkheid gevorderd. Uit de antwoordakte van [verweerster] d.d. 15 februari 2011 blijkt dat [verweerster] de akte als eiswijziging heeft opgevat. [verweerster] heeft tegen de vermeerdering van eis geen bezwaar gemaakt en er inhoudelijk op gereageerd. In de ‘antwoord-memorie na verwijzing’ van 12 augustus 2014 bevestigt [verweerster] nogmaals dat zij de akte als eiswijziging heeft opgevat. Zij maakt hierbij alsnog bezwaar tegen die eiswijziging maar dat moet m.i. als tardief wordt beschouwd. M.i. had het hof dan ook moeten uitgaan van de gevorderde schadeloosstelling van in totaal € 859.178,25 in plaats van de eis zoals deze op 31 januari 2008 luidde. Dit subonderdeel slaagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95aef4c1657c4cb47adc6c1c536221669ddcec873f946a88547f1a578888b369. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95aef4c1657c4cb47adc6c1c536221669ddcec873f946a88547f1a578888b369, en de alinea staat in dat document op bytes 33683 tot 36070.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95aef4c1657c4cb47adc6c1c536221669ddcec873f946a88547f1a578888b369 | shasum -a 256