Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Onder 3.5. Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:490.

Het middel keert zich tegen het impliciete oordeel van het hof dat de inleidende dagvaarding rechtsgeldig is betekend. De klacht is niet dat het origineel van die dagvaarding niet, zoals art. 588 lid 2 Sv voorschrijft, naar het bekende adres van de verdachte in het buitenland is gezonden (dat origineel is uitgereikt aan de griffier) en dat in plaats daarvan een afschrift van de dagvaarding naar dat adres is gezonden. Die klacht zou ook geen kans van slagen hebben gehad. De klacht is wel dat aan de toezending van de inleidende dagvaarding hetzelfde gebrek kleeft als aan de op 29 juni 2010 verzonden appeldagvaarding, namelijk dat het adres incompleet is. Derhalve had het hof ook de inleidende dagvaarding nietig moeten verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f1aaec2de50f2d5cb666df3500e295203843cbae4ad21551ad07011cf2d2962. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f1aaec2de50f2d5cb666df3500e295203843cbae4ad21551ad07011cf2d2962, en de alinea staat in dat document op bytes 11561 tot 12374.