Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:490.

In HR 2 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF5578 oordeelde de Hoge Raad dat de opvatting dat de appelrechter bij zijn onderzoek naar de geldigheid van de betekening van de inleidende dagvaarding geen acht mag slaan op gegevens die eerst na de betekening van die dagvaarding bekend zijn geworden, onjuist is. Het hof had dat miskend en de inleidende dagvaarding nietig verklaard. De Hoge Raad casseerde. Uit het arrest volgt dat in hoger beroep bij de beoordeling van de geldigheid van de betekening van de inleidende dagvaarding ook ten nadele van de verdachte acht mag worden geslagen op achteraf bekend geworden gegevens. Het oordeel van het hof in de onderhavige zaak – verstaan in de hiervoor weergegeven zin – getuigt dan ook niet van een onjuiste rechtsopvatting. Onbegrijpelijk is dat oordeel evenmin.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f1aaec2de50f2d5cb666df3500e295203843cbae4ad21551ad07011cf2d2962. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f1aaec2de50f2d5cb666df3500e295203843cbae4ad21551ad07011cf2d2962, en de alinea staat in dat document op bytes 14870 tot 15756.