Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016
Onder 4.3. Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:490.
Bij de bestreden uitspraak is aan de verdachte geen straf opgelegd. Dat betekent dat strafvermindering alleen mogelijk is als het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd, zulks ondanks het feit dat het hof het tegen dat vonnis gerichte hoger beroep – naar in cassatie moet worden aangenomen: terecht – niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het is begrijpelijk dat de Hoge Raad daarvan niet wil weten, ten minste niet in gevallen waarin het gaat om een tardief ingesteld appel. In casu berust de niet-ontvankelijkverklaring op art. 416 lid 2 Sv, maar verschil lijkt mij dat niet te maken. Indien de Hoge Raad toch vanwege het eigenaardige karakter van deze niet-ontvankelijkheid enig verschil wil zien, zou hij met de enkele constatering dat de termijn is overschreden, moeten volstaan. De bestreden uitspraak kan moeilijk vernietigd worden (wat zou daarvoor in de plaats moeten komen?), terwijl het vonnis van de rechtbank onaantastbaar is als de bestreden uitspraak in stand blijft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f1aaec2de50f2d5cb666df3500e295203843cbae4ad21551ad07011cf2d2962. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f1aaec2de50f2d5cb666df3500e295203843cbae4ad21551ad07011cf2d2962, en de alinea staat in dat document op bytes 17610 tot 18672.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f1aaec2de50f2d5cb666df3500e295203843cbae4ad21551ad07011cf2d2962 | shasum -a 256