Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2016

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:494.

Subonderdeel I.1 klaagt dat, voor zover het hof in rov. 3.11, derde volzin, heeft bedoeld te oordelen dat de jongmeerderjarige vanaf juli 2015 niet (meer) behoeftig is, geldt dat het hof heeft miskend dat op grond van art. 1:392 lid 2 BW behoeftigheid van jongmeerderjarige kinderen als bedoeld in art. 1:395a BW, evenals bij de minderjarigen, niet is vereist. Het subonderdeel tekent in dit verband aan dat de jongmeerderjarige kinderen waarnaar het bedoelde art. 1:392 lid 2 BW verwijst, kinderen zijn die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt, zoals de jongmeerderjarige die op 6 september 1996 is geboren (zie hiervóór onder 1.1). Volgens het subonderdeel had het hof daarom de behoeftigheid van de jongmeerderjarige niet ter discussie mogen stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a950bf4bd381a4aa2d1bc536df4777d170f246ab154e3f269e4f93fcab572b89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a950bf4bd381a4aa2d1bc536df4777d170f246ab154e3f269e4f93fcab572b89, en de alinea staat in dat document op bytes 16424 tot 17285.