Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2016
Onder 7.2 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:499.
Blijkens zijn vierde cassatiemiddel acht belanghebbende het oordeel van het Hof – inhoudende dat aan het criterium ‘lawfulness’ is voldaan – onbegrijpelijk, nu het Hof “met geen woord is ingegaan op de stelling in het hoger beroepschrift (…) dat er te weinig tijd is gelegen tussen de aankondiging van de wetswijziging medio december 2013 en de ingangsdatum van de wetswijziging 1 januari 2014”. Belanghebbende meent dat – door terstond een gewijzigde regeling in te voeren – geen redelijke verhouding bestaat tussen het algemene belang en de bescherming van zijn individuele rechten. Over dit middel merkt de Staatssecretaris in zijn verweerschrift op dat de wetgever bij het bepalen van het tijdstip van inwerkingtreding van nieuwe wetgeving geen rekening hoeft te houden met de tijd die betrokkenen nodig hebben om schadebeperkende maatregelen te treffen. Voorts meent de Staatssecretaris dat de klacht van belanghebbende, gezien punt 4.12 van de uitspraak van het Hof, feitelijke grondslag mist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e89f5a90dc8a5dffb0c1ca053ccdcc2d685cd088a8089eef2c9aed767bae92a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e89f5a90dc8a5dffb0c1ca053ccdcc2d685cd088a8089eef2c9aed767bae92a9, en de alinea staat in dat document op bytes 63425 tot 64488.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e89f5a90dc8a5dffb0c1ca053ccdcc2d685cd088a8089eef2c9aed767bae92a9 | shasum -a 256