Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2016
Onder 8.43 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:499.
Op basis van voornoemde omschrijving meen ik dat de onderhavige vrijstellingsbeschikkingen ten tijde van de verstrekking aan belanghebbende als een toezegging moet worden aangemerkt. De vrijstellingsbeschikking is immers een uitlating van de fiscus, waarbij de fiscus heeft kennisgenomen van alle bijzondere omstandigheden van het concrete geval, betreffende de toepassing van de oldtimervrijstelling. Vóór 1 januari 2014 was deze toezegging niet in strijd met de juiste wetstoepassing, zodat een afweging tussen het legaliteitsbeginsel en het vertrouwensbeginsel in die periode niet aan de orde was. Die afweging moet pas worden gemaakt na de wijziging van het oldtimerregime per 1 januari 2014. Voor een geslaagd beroep op door de toezegging gewekt vertrouwen is vereist dat de belastingplichtige de voor de toezegging relevante gegevens verschaft. Het enige relevante gegeven dat is gebruikt voor het afgeven van de vrijstellingsbeschikkingen is ontleend aan het kentekenregister (namelijk de leeftijd van de oldtimer). Dat gegeven is blijkens de vrijstellingsbeschikking: “dat het bovengenoemde motorrijtuig 25 jaar of ouder is”. Dat gegeven is ook na 1 januari 2014 nog juist. Het vereiste van het verschaffen van relevante gegevens zal dan ook te dezen geen struikelblok vormen. Anders is het mijns inziens gesteld met het vereiste “dat de gedane toezegging niet zo duidelijk in strijd is met een juiste wetstoepassing dat de belastingplichtige op nakoming van die toezegging in redelijkheid niet mocht rekenen” . In mijn visie strandt belanghebbendes beroep op het vertrouwensbeginsel op dit vereiste. Door de wetswijziging van 1 januari 2014 ontstaat een zo duidelijke strijdigheid met de juiste wetstoepassing dat belanghebbende na 1 januari 2014 redelijkerwijs niet (langer) op de nakoming van de onder de eerdere wetgeving gedane toezegging mocht rekenen. Vanaf dat tijdstip geldt immers voor toepassing van de oldtimervrijstelling als voorwaarde dat de oldtimer ten minste 40 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen. Vaststaat dat niet aan die voorwaarde wordt voldaan. Belanghebbende is daarop in de brief van ‘december 2013’ gewezen. Ik meen daarom dat belanghebbende de vrijstellingsbeschikkingen na 1 januari 2014 redelijkerwijs niet langer als een als toezegging op te vatten uitlating mocht opvatten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e89f5a90dc8a5dffb0c1ca053ccdcc2d685cd088a8089eef2c9aed767bae92a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e89f5a90dc8a5dffb0c1ca053ccdcc2d685cd088a8089eef2c9aed767bae92a9, en de alinea staat in dat document op bytes 139574 tot 141992.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e89f5a90dc8a5dffb0c1ca053ccdcc2d685cd088a8089eef2c9aed767bae92a9 | shasum -a 256