Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 2.34 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:50.
Overigens merk ik op dat (de door de Gemeente overigens betwiste) aanvraag van 5 juni 1996 mogelijk als een intrekking van de eerste aanvraag kan worden uitgelegd, maar dat het hof in rov. 2.9 (in zoverre in cassatie onbestreden) heeft geoordeeld dat gesteld noch gebleken is dat [verweerder] uitdrukkelijk (dat wil zeggen, anders dan door het enkele stilzitten) van een nieuwe beslissing op zijn aanvraag heeft afgezien. Voorts moet worden bedacht dat, althans in de gedachtegang van het hof, de verplichting om op de oorspronkelijke aanvraag te beslissen, na de vernietiging van de eerste vergunning is herleefd en dat die verplichting althans tot een eventuele intrekking van de oorspronkelijke aanvraag zou hebben gegolden, derhalve (bij een in de aanvraag van 5 juni 1996 geïmpliceerde intrekking van de oorspronkelijke aanvraag) gedurende een periode die de beslistermijn van art. 4:13 Awb ruimschoots overschrijdt en dat ook een overschrijding van de beslistermijn onder omstandigheden onrechtmatig kan zijn .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b, en de alinea staat in dat document op bytes 103283 tot 104377.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b | shasum -a 256