Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:50.

Subonderdeel 1.10 klaagt dat het oordeel in de rov. 2.9 en 2.12 van het bestreden arrest dat het niet beslissen op de aanvra(a)g(en) jegens [verweerder] zonder meer een (zelfstandig) onrechtmatig handelen oplevert, rechtens onjuist is. Het subonderdeel betoogt dat, waar uiteindelijk op een aanvraag een vergunning is verleend die heeft standgehouden, niet meer ter zake doet dat niet op de eerdere aanvragen is beslist, nu deze eerdere aanvragen steeds met de daarop volgende aanvraag zijn ingetrokken. Voorts voert het subonderdeel aan dat het niet beslissen op die eerdere aanvraag niet heeft geleid tot additionele schade ten opzichte van de vertragingsschade die [verweerder] heeft geleden als gevolg van de vernietiging van de eerste vergunning. Voor zover het hof heeft bedoeld dat het niet tijdig beslissen op de betrokken aanvragen onrechtmatig zou zijn, wijst het subonderdeel erop dat zulks slechts onder bijzondere omstandigheden het geval zou zijn en dat het hof in dat geval van een onjuiste rechtsopvatting heeft blijk gegeven, althans zijn oordeel niet naar behoren heeft gemotiveerd, nu de in de rov. 2.9 en 2.11 vastgestelde omstandigheden in dat verband niet volstaan en niet duidelijk is op welke andere omstandigheden het hof in dat geval het oog heeft gehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b, en de alinea staat in dat document op bytes 104477 tot 105815.