Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:50.

Het hof stelt het navolgende voorop. Het gaat er bij de vraag of rechtsgeldig is gestuit vooral om dat de schuldeiser zijn wederpartij duidelijk maakt dat het hem nog steeds menens is. Naar vaste rechtspraak moeten de van art. 3:317 lid 1 BW onderdeel uitmakende woorden “ een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt ”, worden begrepen in het licht van de strekking van de stuitingshandeling. Deze is dat de schuldenaar voldoende duidelijk dient te worden gewaarschuwd dat hij, ook na het verstrijken van de (reguliere) verjaringstermijn, rekening ermee moet houden dat hij de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal, opdat hij zich tegen een mogelijkerwijs alsnog door de schuldeiser in te stellen vordering kan verweren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b, en de alinea staat in dat document op bytes 121738 tot 122588.