Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 4.12 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:50.
De gemeente mocht en moest uit de bedoelde brief dus begrijpen dat het [verweerder] menens was en dat zij daarom eventuele bewijsstukken die daarop betrekken hadden, zou moeten bewaren. Bij de stuiting gaat het er immers om dat de schuldenaar ervan bewust raakt dat hij zijn bewijspositie moet bewaren en zijn vermogenspositie onverkort op de nakoming moet inrichten. Dat de gemeente door het tijdsverloop stukken niet heeft bewaard is overigens gesteld noch gebleken. Uit de door de gemeente bij conclusie van antwoord in eerste aanleg overgelegde stukken blijkt ook juist het tegenovergestelde. Dat in de brief van mr. Garretsen verder wordt gesproken over de aanpassing van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de noodzaak tot een spoedige hervestiging van de stoeterij, alsmede deze brief later de inleiding is geweest voor een andere civiele procedure (rechtsoverweging 3.13), doet aan het oordeel van het hof niet af. Gesteld noch gebleken is immers dat de gemeente uit het vonnis van 5 april 2000, waarbij de vorderingen van [verweerder] zijn afgewezen, heeft afgeleid en tevens het vertrouwen heeft geput dat [verweerder] zijn aanspraken op schadeloosstelling zou hebben (willen) prijs(ge)geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b, en de alinea staat in dat document op bytes 125891 tot 127114.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b | shasum -a 256