Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:50.

In dit verband is voorts van belang dat de gemeente het in eigen hand had om met een ammoniakplan alle voorwaarden te scheppen om de vergunning, thans rechtens juist, alsnog aan [verweerder] te verlenen. Dat zij daartoe niet bereid was, is onvoldoende gesteld en gebleken. Immers, uit de omstandigheid dat de gemeente in haar herzieningsverzoek van 31 augustus 1995 bij de Afdeling bestuursrechtspraak zelf heeft benadrukt dat zij beschikte over een notitie ‘Beoordeling Veehouderij en Hinderwet’, die gelijk zou staan aan een ammoniakreductieplan, dient te worden afgeleid dat de gemeente kennelijk van oordeel was dat op basis van haar (zoals blijkt uit voormelde notitie, kennelijk verruimde) beleid vergunningverlening mogelijk was. Dit vindt bevestiging in het vervolg van het herzieningsverzoek van 31 augustus 1995 waarin uitdrukkelijk wordt verzocht alsnog te beslissen dat de vergunning aan [verweerder] op goede gronden is verleend (productie 2 bij akte uitlating verweren van [verweerder] ). Gelet op deze stellingname van de gemeente zélf dient, zonder genoegzame toelichting die ontbreekt, voorts te worden aangenomen dat, zou het ontbreken van een formeel ammoniakreductieplan in de weg hebben gestaan aan vergunningverlening aan [verweerder] , en zou tevens niet de voormelde notitie aan een dergelijk plan gelijk gesteld mogen worden - zoals de gemeente zelf heeft gesteld dat dit wel mocht -, de gemeente de bereidheid had om medewerking te verlenen aan de vestiging van het bedrijf van [verweerder] ter plaatse en om de formele kaders te scheppen om vergunningverlening mogelijk te maken, zo nodig door het alsnog opmaken van een dergelijk plan. Dat de gemeente daartoe (als gezegd) niet bereid was, is gesteld noch gebleken en evenmin dat daaraan politieke of bestuurlijke bezwaren in de weg zouden hebben gestaan. De enkele omstandigheid dat de voormelde notitie niet de status had van een plan als bedoeld in de Interimwet, zoals de gemeente heeft benadrukt, staat aan dit oordeel niet in de weg. Het hof wijst er voorts op dat dit oordeel in zoverre bevestiging vindt in de brief van de Dienst Stadsontwikkeling van 21/22 november 1996 aan de adviseur van [verweerder] (productie 8 akte uitlating verweren van [verweerder] ) waar geschreven wordt: “ Op zich lijkt een milieuvergunning voor de inrichting aan de [a-straat 1] alhier (...) in beginsel niet zondermeer onmogelijk. ”. Dat het hier gaat om het perceel aan de [a-straat 1] , zijnde de destijds bestaande bedrijfsvestiging van [verweerder] , maakt het voormelde oordeel niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b, en de alinea staat in dat document op bytes 37206 tot 39824.