Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:50.
“4.14 Voor een beroep op onrechtmatige daad bieden de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak over de afzonderlijk vernietigde vergunningen de basis voor de vorderingen van [verweerder] . De vernietiging van elk van deze besluiten leidt tot rechtens te onderscheiden aansprakelijkheden. De schadevergoeding ziet daarmee in zijn totaliteit op de periode 1995-2003 (de grief van de gemeente omtrent deze einddatum komt hierna aan de orde), toen de vergunning onherroepelijk is geworden. Strikt genomen heeft [verweerder] daardoor geen belang meer bij de beoordeling van zijn stelling dat sprake is van een overkoepelende verplichting van de gemeente, ook wel aangeduid als: “een doorlopende lijn”, daaruit bestaande dat hij in 1993 een milieuvergunning heeft gevraagd en deze door fouten van de gemeente pas in 2003 is verkregen. Het hof overweegt in zoverre ten overvloede nog het volgende. Na de vernietiging van de eerste vergunning heeft de gemeente niet meer een nieuwe beslissing genomen op de toen wederom openliggende aanvraag van [verweerder] om een milieuvergunning, zoals bij gelegenheid van de pleidooien is erkend. De reden daarvoor kon desgevraagd niet worden opgehelderd. Voor zover bij de pleidooien is opgemerkt dat niet meer is beslist omdat de vergunning toch niet kon worden verleend, naar het hof begrijpt in verband met de ammoniakproblematiek, passeert het hof dit verweer. Immers, de gemeente heeft wel zelf herziening van de (eerste) uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak gevraagd (daargelaten dat als gevolg van het verzuim om het griffierecht tijdig te voldoen, de gemeente in die herziening niet-ontvankelijk is verklaard) en zij was kennelijk op dat moment van oordeel dat de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak niet in stand kon blijven, althans voor herziening vatbaar was, hetgeen niet anders kan worden begrepen dan dat de gemeente kennelijk van oordeel was dat de vergunning in stand diende te blijven. Het hof constateert voorts dat de houding van de gemeente om niet meer op de aanvraag te beslissen, zonder toelichting die ontbreekt, zich niet verhoudt met de mededeling in haar brief van 22 maart 2005 aan [verweerder] (rechtsoverweging 3.20) dat zij “ als bevoegd gezag, verantwoordelijkheid draagt voor de totstandkoming van de milieuvergunningen die door de Afdeling zijn vernietigd .” Deze houding verhoudt zich evenmin met de omstandigheid dat de derde en de vierde vergunning telkenmale door de gemeente is verleend op basis van de aanvraag van 6 juli 2000 ter zake van de tweede vergunning. In zoverre is dus ook onjuist de stelling van de gemeente dat [verweerder] feitelijk elke keer een afzonderlijke en nieuwe aanvraag heeft ingediend (memorie van antwoord sub 22).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b, en de alinea staat in dat document op bytes 47997 tot 50828.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29da6a4968160b35a4712976363069df984be1f8257348506eba22a30c42cb6b | shasum -a 256