Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2016
Onder 4.32 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:500.
Nadat de hiervoor beschreven stappen, de onderdelen a, b, c, en d [van de artikel 16 Wet WOZ; A-G], zijn doorlopen, dient te worden beoordeeld of deze afgebakende onroerende zaken mogelijk bestemd zijn voor verblijfsrecreatie. Voor dergelijke onroerende zaken is met ingang van 1 januari 2005 namelijk in art. 16, onderdeel e een bijzondere bepaling opgenomen. Die bepaling brengt met zich mee dat afgebakende eigendommen die bestemd zijn voor verblijfsrecreatie en die naar de omstandigheden beoordeeld één terrein vormen en als zodanig worden geëxploiteerd één onroerende zaak in de zin van art. 16 vormen, een recreatieterrein.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caa1a7e327053f5ca91fd2713495df85085695346786ba8123fc4a34d68208a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caa1a7e327053f5ca91fd2713495df85085695346786ba8123fc4a34d68208a9, en de alinea staat in dat document op bytes 134873 tot 135521.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caa1a7e327053f5ca91fd2713495df85085695346786ba8123fc4a34d68208a9 | shasum -a 256