Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2016

Onder 5.30 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:500.

Ten tweede is de ratio van het aanmerken van een recreatieterrein als één perceel niet passend voor de onderhavige rioolheffing. Het is wel begrijpelijk dat de wisselende en soms minder overzichtelijke bezetting van een recreatieterrein, het lastig maakt bij te houden wie welk perceel inneemt. Dan is de meest praktische oplossing het gehele recreatieterrein als één perceel in aanmerking te nemen in de Wet WOZ en daarmee voor de heffing van onroerendezaak-belasting, een heffing naar de waarde. De waarde van het gehele terrein is immers in principe gelijk aan de waarden van de samenstellende delen. Echter, die ratio treft mijns inziens geen doel bij de onderhavige rioolheffing, naar vaste bedragen per perceel. Voor de rioolheffing wordt een (groot) recreatieterrein, naar het mij voorkomt, aldus ten opzichte van andere percelen (veel) te laag in de rioolheffing betrokken. Dit uitgangspunt lijkt mij daarmee al weinig overtuigend en kan mijns inziens dan ook niet bijdragen aan een rechtvaardiging van de onderhavige ongelijke behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caa1a7e327053f5ca91fd2713495df85085695346786ba8123fc4a34d68208a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caa1a7e327053f5ca91fd2713495df85085695346786ba8123fc4a34d68208a9, en de alinea staat in dat document op bytes 151503 tot 152697.