Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2016

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:500.

Op basis van de onjuiste individuele redenatie komt het Hof tot de conclusie dat dezelfde efficiencywinst bij belanghebbende valt te halen (r.o 4.9). Het tegenovergestelde is waar, de efficiency zit niet in de afbakening van het individuele geval maar in het zonder uitzonderingen volgen van de WOZ-administratie. Daarop is ook de keuze van de gemeentelijke wetgever gebaseerd. In zijn algemeenheid is de rechtvaardigingsgrond niet onevenredig en dus de wettelijke bepaling niet onverbindend. Bezien vanuit de individuele vergelijking is er ook geen sprake van onevenredigheid. Dezelfde juridische onduidelijkheden van de WOZ-afbakening spelen er bij de afbakening voor de rioolheffing. Hoe moeten de eigendoms- en gebruikersgrenzen worden beoordeeld. De redenen voor het afbakeningsvoorschrift zijn net zo efficiënt bij de rioolheffing. Dat de gemeente kiest voor deze maatstaf heeft niets met onevenredigheid te maken, noch met bevoordeling. Ten opzichte van andere wettelijke regelingen is er zeker geen sprake van onacceptabele regelgeving. De gemeentelijke wetgever heeft een uitgangspunt gekozen dat in zijn algemeenheid als redelijke wetgeving kan worden bezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caa1a7e327053f5ca91fd2713495df85085695346786ba8123fc4a34d68208a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caa1a7e327053f5ca91fd2713495df85085695346786ba8123fc4a34d68208a9, en de alinea staat in dat document op bytes 45474 tot 46657.