Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:507.

De klacht van het onderdeel houdt ook niet in dat het hof die stellingen niet in zijn beoordeling zou hebben betrokken. Veeleer lijkt de klacht te zijn gericht tegen de waardering van die stellingen in het licht van art. 1:266 lid 1 BW in samenhang met de door het onderdeel genoemde verdragsbepalingen. Die waardering, die goeddeels van feitelijke aard is, was aan het hof als feitenrechter voorbehouden. Voor zover het onderdeel erop is gericht dat de Hoge Raad opnieuw aan de hand van de stellingen van partijen beoordeelt of aan de door art. 1:266 lid 1 BW gestelde voorwaarden voor een beëindiging van het ouderlijk gezag is voldaan, is het tevergeefs voorgesteld. Voor een dergelijke beoordeling is in cassatie geen plaats.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc7147ecd35ee9875ddb407c033a8f0d84460ef302f5225bcd2b6654254a6be9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc7147ecd35ee9875ddb407c033a8f0d84460ef302f5225bcd2b6654254a6be9, en de alinea staat in dat document op bytes 11953 tot 12696.