Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016
Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:509.
De aangifte van [slachtoffer 2] staat voorts naar oordeel van het hof - ook los van het aan feit 1 ten grondslag liggende bewijsmateriaal - niet op zichzelf. De verklaringen van [slachtoffer 2] vinden steun in de verklaringen van verschillende getuigen, te weten de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] , de processen-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] over het veelvuldige - niet zakelijke - sms-en e-mailverkeer en de zich in het dossier bevindende Valentijnskaart van 13 februari 2012 met daarop de tekst: “Hee lief [slachtoffer 2] , is deze kaart duidelijk zo?”. Verdachte heeft ter zitting van het hof erkend dat het handschrift op die kaart zijn handschrift is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706, en de alinea staat in dat document op bytes 40637 tot 41366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706 | shasum -a 256